11.3 Huwelijksvermogensrecht

11.3.1 Huwelijksvermogensrecht komt voor erfrecht

Om de vermogenspositie van de langstlevende echtgenoot correct te bepalen dient in de eerste plaats rekening te worden gehouden met het huwelijksvermogensstelsel waaronder de echtgenoten zijn gehuwd. Hierbij is het fundamenteel om goed voor ogen te houden dat huwelijksvermogensrecht voor erfrecht komt.

In een stelsel van gemeenschap van goederen spreekt dit voor zich. Bij overlijden van een echtgenoot moet conform het huwelijksvermogensrecht eerst het gemeenschappelijk vermogen worden vereffend en verdeeld. Althans in theorie. Immers, in de praktijk komt het vaak voor dat de weduwe en kinderen in onverdeeldheid blijven tot het overlijden van de weduwe. Na de (minstens theoretische) huwelijksvermogensrechtelijke afwikkeling kan worden bepaald welk deel van het vermogen de nalatenschap vormt. Hetzelfde principe geldt evenzeer bij stelsels van scheiding van goederen (uitsluiting van gemeenschap). Ook dergelijk regime moet eerst worden vereffend en verdeeld. Ondanks de theoretische scheiding van goederen zullen in de praktijk bijna steeds onverdeeldheden tussen de echtgenoten bestaan, die net zoals een gemeenschap moeten worden vereffend en verdeeld.

Het belang van deze basisregel blijkt a fortiori in internationale situaties, waarbij via het IPR vaak een verschillend toepasselijk recht wordt aangeduid voor de regeling van het huwelijksvermogensrecht en voor de afwikkeling inzake erfrecht.

11.3.2 Primair vs. secundair en wettelijk vs. contractueel stelsel

In het huwelijksvermogensrecht worden alle vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk geregeld, zowel tussen de echtgenoten onderling als ten aanzien van derden, zoals schuldeisers. Vier termen worden in dit verband courant gehanteerd: primair tegenover secundair stelsel en wettelijk tegenover contractueel stelsel.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.