11.2 Internationaal Privaatrecht

In het onderdeel internationaal privaatrecht komen op beknopte wijze de regels van Belgisch internationaal privaatrecht aan bod, bekeken vanuit diverse hypotheses. Hierna gaan wij meer uitvoerig in op het Belgische internationaal privaatrecht inzake relatievermogensrecht, erfrecht, testament en schenking. Wij gaan hierbij uit van de bevoegdheid van de Belgische rechtsorde die aldus het eigen IPR toepast.

11.2.1 Relatievermogensrecht

Het Belgische wetboek IPR dat sinds 1 oktober 2004 in werking is getreden, maakt een onderscheid tussen het recht van toepassing op het huwelijksvermogen, dat enkel geldt voor gehuwden en de regels bedoeld om de relatie van samenleven te regelen. Art.58 WIPR omschrijft de relatie van samenleven als een toestand van samenleven die registratie bij een openbare overheid vereist en die tussen de samenwonende personen weliswaar een band schept maar geen band die evenwaardig is aan het huwelijk.
Alvorens op de verwijzingsregels in te gaan, moet eerst worden bepaald of en in welke mate de Belgische rechtsorde bevoegd is om in deze materies een uitspraak te doen. Dit is van groot praktisch belang. Immers, slechts in geval van jurisdictie voor België komen wij toe aan de toepassing van de regels van het Belgisch internationaal privaatrecht.

11.2.1.1 Jurisdictie

De vraag van de internationale bevoegdheid moet steeds worden opgelost volgens de klassieke triptiek: multilaterale verdragen, bilaterale verdragen, nationale regels.

11.2.1.1.1 Multilateraal

Voor de materie van het huwelijksvermogensrecht is het van belang te noteren dat de Verordening 44/2001, alias Brussel I (in de plaats gekomen van het bekende EEX) niet van toepassing is.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.