11.11 Erfbelasting

11.11.1 Successierecht en recht van overgang bij overlijden

Een belangrijk onderscheid tussen het Vlaamse Gewest enerzijds en het Brusselse Hoofdstedelijke en Waalse Gewest anderzijds is dat het Vlaamse Gewest sinds 1 januari 2015 alle wettelijke bepalingen inzake erfbelasting heeft opgenomen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. In de andere Gewesten blijft het – in hoofdzaak – federale wetboek der successierechten van toepassing.

Art. 2.7.3.1.1 VCF (voor het Vlaamse Gewest) en art. 1 W. Succ. (voor Wallonië en Brussel) bepalen ‘Er wordt gevestigd: 1º een recht van successie op de waarde, na aftrekking van de schulden, van al wat uit de nalatenschap van een rijksinwoner wordt verkregen; 2º een recht van overgang bij overlijden op de waarde der onroerende goederen gelegen in België verkregen uit de nalatenschap van iemand die geen rijksinwoner is.’ In de VCF wordt de term ‘erfbelasting’ gebruikt als een verzamelterm voor het successierecht en het recht van overgang.

Voor een rijksinwoner wordt gehouden, hij die, op het ogenblik van zijn overlijden, binnen het rijk zijn domicilie of de zetel van zijn vermogen heeft gevestigd.

Bij de lezing van deze artikelen valt onmiddellijk op dat er twee belastingen worden gevestigd die de overdrachten om niet bij overlijden kunnen treffen. Meer in het bijzonder handelt het over het successierecht enerzijds en het recht van overgang bij overlijden anderzijds. Om vast te stellen welk recht er verschuldigd is moet worden nagegaan of de erflater op het ogenblik van overlijden al dan niet rijksinwoner was van België.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.